De turkoois,
hemelsblauw of groenblauw, is een zachte steen, zoals malachiet en
haematiet, een gel, dat in kristal-toestand is overgegaan. De gel-toestand
is die van de levende stof, en al wat daarbij staat, vertegenwoordigt die
periode uit de wordingsgeschiedenis onzer aarde, waarin de mineralen nog
week veel meer lévend waren, plantachtiger. In de turkoois is dus om zo te
zeggen nog meer leven dan in harde stenen.
In die genoemde periode
waren Aarde en Zon nog één, en er is in de turkoois dan ook nog zonnekracht
aanwezig, ofschoon deze steen geen magnesium bevat, het is een ingewikkelde
pijpaarde-aluminium-koperfosfaat met wat kiezelzuur, ammoniak en
water. Hij is korrelig of vezelig, ondoorzichtig en bestaat uit
mikroskopisch kleine kristalletjes. In lagen van nier- of druifvorm bedekt
hij verweerd gesteente in vulkanische gebieden. In Mexico, Perzië, Tibet,
Afganistan en bij Samarkand, verder veel in Egypte en op het Sinai-schiereiland
waar de Egytenaren reeds turkoois verzamelden 4000 jaar vóór onze
jaartelling.
De Egyptenaren hadden
een gevoel voor turkoois, lapis lazuli en malachiet, als stenen waarin zich
de aardse pijpaarde met meer hemelse, zonnige, kleuren lichtgevende koper en
fosfor verbindt; hemel-en-aarde stenen. De hemelsblauw behoort bij de Zon en
Venus (koper), de ijsblauwe bij Saturnus, de groenblauwe bij Uranus en zijn
teken Aquarius.
De turkoois is een
gevoelige steen, die beschermd moet worden tegen zonlicht, hitte, zweet,
vet, parfum, vuil, zeep en scherpe vloeistoffen. Hij verkleurt bij ziekte of
gevaar; een groenblauwe turkoois wordt bijvoorbeeld bij leverpatiënten dof
gelig. Wordt de drager door ongeluk bedreigd, dan trekt deze steen het
ongeluk van de drager af en naar zich toe, absorbeert de schadelijke
trillingen, gaat er eventueel zelf aan kapot. Omdat turkoois geldt als een
steen die de boze blik afweert, hangt men kinderen vaak een snoer turkooizen
om de hals.
De turkoois was de
heilige steen van de Perzen ten tijde van Zarathustra (reinheid) Hij kwam
uit Perzië via Turkije naar Europa, heet daarom waarschijnlijk turkoois
(Turkse steen). In het Oosten geldt hij als beschermer van ruiter en paard (Jupiter,
Sagittarius), men hangt daar de paarden snoeren turkooizen om, teneinde hun
tred vast te maken op smalle bergpaden. Beoetius de Boot vertelt hoe hij een
turkoois bezat die zijn kleur verloor, kort voordat zijn paard van een
hoogte van tien voet naar beneden viel zonder enig letsel te bekomen; de
steen spleet echter in tweeën.
De hemelsblauwe is in
zijn werking verwant aan de saffier, een steen van de onschuld en de trouwe
liefde. Men beschouwt hem als de steen voor jonge meisjes, hij beschermt de
deugd. In Rusland krijgt de boerenbruid een turkoois in een zilveren ring
van haar bruidegom. Hij geeft de vrouw zielevrede en zou de man
daadkracht, goede zaken, goede relaties en welstand schenken.
De Arabieren dragen
een turkoois tussen drie parels op hun tulband; in een Jupiter-uur nemen zij
de steen in hun rechterhand en spreken hem hun wensen in, terwijl zij hem
vast aanzien. Het is ook de steen voor meditatie.